Vroegtijdige opsporing

Het Bevolkingsonderzoek Aangeboren Aandoeningen streeft ernaar om 12 aangeboren aandoeningen vroegtijdig op te sporen.

Vroegtijdig betekent: een prikje niet later dan 96 uur of vier dagen na de geboorte en minstens 72 uur of drie dagen erna. Vroeger heeft geen zin, omdat de resultaten van het bloedonderzoek dan nog niet betrouwbaar zijn.

Als één van de 12 aangeboren aandoeningen vroegtijdig wordt ontdekt, zal die meestal doeltreffender kunnen worden behandeld. Zo kunnen plotse overlijdens, ernstige handicaps of chronische ziektes worden voorkomen of kan het ziekteproces afgeremd worden.